
Miljoenen computers, verspreid over heel de wereld, die via telefoonlijnen,
koperen kabels, glasvezelkabels of zelfs via satellieten met elkaar verbonden
zijn, vormen samen het Internet. De kabels waarmee deze computers over heel de
wereld met elkaar verbonden zijn, hebben de bijzondere eigenschap dat zij enorme
grote hoeveelheden gegevens kunnen doorsturen. Bovendien is er voortdurend
contact tussen alle zenuwcentra van het net.
Men noemt dit ook een open informatienetwerk omdat het voor iedereen
toegankelijk is. Zodra een computer aangesloten is op dit netwerk, kan hij met
alle andere computers op het Internet in verbinding treden.

Velen denken nog steeds dat het Internet een recent verschijnsel
is dat werd ontdekt in 1994.
In werkelijkheid bestond het Internet toen reeds dertig jaar!
De geschiedenis van het Internet schrijft zich in twee delen of twee periodes:
1. Vóór het World Wide web
Internet ontstaat in militaire
kringen. Daarna doet het zijn intrede in Amerikaanse universitaire middens.
Deze initiatieven hebben geleid tot
de ontwikkeling van een gemeenschappelijk protocol voor onderlinge verbinding.
2. Na het World Wide Web
De revolutie van het World Wide Web
en het ontstaan van hypermedia-verbindingen zonder grenzen.
Vóór het World Wide Web
Internet start als een uiterst geheim project in de schoot van het Ameikaanse
Ministerie van Defensie.
We zijn in de jaren 60 en de Koude Oorlog woedt in volle hevigheid. De politieke
overheid en de grote militaire centra zoeken naar middelen om voortdurend met
elkaar in contact te blijven bij een eventuele nucleaire aanval.
Na het World Wide Web
Het jaar 1990 luidt de revolutie van het World Wide Web in. Het CERN in
Zwitserland ontwerpt een systeem voor Hypermedia.
![]() |
Gevoelige zones (vaak in een andere kleur en
onderstreept) in een document geven toegang tot een ander document, een
geluidsfragment, een video, ... De opgeroepen informatie kan zich op dezelfde pagina bevinden, op een andere server of aan het andere uiteinde van de wereld! De HTML -taal die gebruikt wordt om een WEB-pagina te beschrijven, laat toe om dit soort van verbindingen te definiëren aan de hand van een adres of URL. Dit alles gebeurt zonder dat de gebruiker het merkt. Het URL -adresseringssysteem (Uniform Resource Locator) identificeert nauwkeurig de plaats waar de informatie gezocht moet worden. |
Dank zij deze techniek wordt de grens van het geïsoleerde document
overschreden.
Razendsnel ontstaat nu het wereldwijde web (WWW). Meteen betekent dit ook een
ware omwenteling voor het publiceren van documenten.
Informatiebronnen die zich op verre afstand van elkaar bevinden kunnen nu in één
enkel document worden verwerkt.
Geen wonder dat dit het meest populaire onderdeel van het supernetwerk
"Internet" is geworden.

Het Internet is een open systeem
Het Internet is steeds een coöperatieve onderneming geweest, die voor
zijn communicatie volledig op het TCP/IP protocol steunt.
TCP/IP is de taal die de computers op Internet spreken om met elkaar in
verbinding te treden. Dit protocol is totaal onafhankelijk van het soort
computer dat men gebruikt.
Een bijkomend voordeel is ook dat het traject dat de informatie aflegt niet
vooraf is vastgelegd. Als een communicatielijn verbroken of verzadigd is, kiest
de informatie automatisch een ander traject.
Om het even wie kan zich aansluiten en om het even wie mag een domeinnaam
aanvragen. Zodra men een aansluitingskit heeft gekregen van een "Internet Access
Provider" (Internetaanbieder), kan men als gebruiker meteen van start gaan.
Voor informatieleveranciers is het iets complexer. Zij moeten rekening houden
met het te verwachten verkeer op hun server (aantal bezoekers, hoeveelheid
downloads, toegang tot gegevensbestanden).
Het TCP/IP protocol stelt hier ondermeer een probleem voor het transport van
gegevens die geen onderbrekingen of verschillen in tijd dulden (geluid,
beelden,..).

Een echte eigenaar van het Internet is er niet.
Niemand en iedereen tegelijk leidt het Internet!
De infrastructuur behoort toe aan de ondernemingen en de organisaties die het
netwerk "gebouwd" hebben. Meestal gaat het om multinationals of
overheidsinstellingen die eigenaar zijn van de bekabeling en de schakelingen
waaruit het netwerk is samengesteld.
Op een meer algemeen niveau zijn er een reeks instellingen die een belangrijke
rol spelen bij het organiseren en uitbouwen van het Internet.
Het betreft instellingen die instaan voor de toekenning van de domeinnamen en organisaties die instaan voor de technische coördinatie.


• De gebruiker betaalt de telefoonverbinding (of kabelverbinding) aan de
telefoonmaatschappij (of kabelmaatschappij) en een abonnement aan de Internet
Service Provider (ISP).
Dit abonnement kan beschouwd worden als een soort algemene bijdrage aan de
Internet infrastructuur.
• De provider kan beslissen de abonnee niet te doen betalen en een beroep te
doen op een of meerdere sponsors.
• De computers van deze Internet Service Provider (ISP 1) zijn verbonden met de
computers van een andere Internet Access Provider (ISP 2). ISP 1 betaalt de
telecommunicatielijnen naar ISP2 aan de telefoonmaatschappij en de
Internet toegang aan ISP 2.
Doordat iedereen een klein stukje van de kosten betaalt, is het mogelijk een
dergelijk wereldwijd netwerk uit te bouwen.
Ook de inhoud wordt betaald ...
Het Internet is dus gegroeid in universitaire kringen waar het was bedoeld als
een nieuwe vorm van wetenschappelijke publicatie, beschermd door de wereld van
het onderzoek. Deze publicaties zijn onderling meestal gratis.
Sinds enige tijd gebruiken meer en meer commerciële instellingen het Internet om
hun producten en diensten aan te bieden. Ook deze informatie wordt gratis
aangeboden. Het Internet is immers een extra marketing kanaal dat kan gebruikt
worden om producten aan de man te brengen en aan de Internet-gebruiker een zeer
volledige documentatie aan te bieden (artikels, rapporten, bibliografie, ...).
Een nieuw verschijnsel op het Internet is het verwerken van reclameboodschappen
in de informatie die wordt aangeboden. In heel wat gevallen kan deze (virtuele)
reclameruimte de inhoud financieren!
En de toekomst?
Heel wat informatie op het Net heeft een commerciële waarde. Deze informatie
vraagt natuurlijk een investering (server, website ontwikkeling en onderhoud,
enz.). In de toekomst zal men op het Internet wellicht twee grote
inhoudscategorieën aantreffen:
• algemene informatieve inhoud die gratis is.
• meer gedetailleerde inhoud waarvoor men moet betalen.

Wat is er nodig om op het Internet te raken?
Om van het Internet gebruik te kunnen maken hebt u het volgende nodig:
• Een computer
U hoeft niet meteen te beschikken over het allernieuwste computermodel om het
Internet te gebruiken. Maar ... hoe krachtiger uw machine is, hoe sneller u zich
over het NET beweegt.
• Een modem
Een modem zorgt ervoor dat de informatie van de computer zodanig wordt omgezet
dat ze via een gewone telefoonlijn (kabellijn) kan worden verstuurd naar een
andere computer, waar ook weer een modem nodig is om de informatie te kunnen
lezen.
U kunt twee soorten modems op uw computer aansluiten.
o Een externe modem is een losstaand kastje dat u via een kabeltje op uw
computer aansluit en verder via een telefoonsnoer met een stekker op uw
telefoonlijn aansluit.
o Een interne modem is meestal reeds in uw computer ingebouwd en kan
rechtstreeks via een telefoonsnoer op uw telefoonlijn worden aangesloten.
• Een telefoonverbinding of een kabelverbinding
Het bestaande telefoonnet is aanvankelijk natuurlijk niet ontworpen om computers
met elkaar te laten communiceren. Hoewel het telefoonnet bijna geheel uit de
snelle glasvezelkabel bestaat, zijn bijna alle woonhuizen nog steeds met de
langzame koperdraad aangesloten op het telefoonnet.
Er bestaan snellere verbindingen die ook een stuk goedkoper zijn.
o ADSL. Ook hier wordt gebruik gemaakt van de bestaande telefoonlijn en weer
moet een modem tussen de telefoonlijn en de PC geplaatst worden. Hier is nog een
klein stukje extra hardware nodig. Op de telefoonlijn moet een speciale stekker
geplaatst worden, de zogenoemde "splitter". De splitter zorgt er voor dat gewone
telefoongesprekken gescheiden worden van dataverkeer (de communicatie met uw
PC). En zo kunt u met deze techniek ook tegelijkertijd telefoneren en surfen.
o In een groot deel van Vlaanderen kunt u er voor kiezen om te Internetten via
de kabelaansluiting, die u ook voor de televisie wordt gebruikt. Ook daarvoor is
een speciale aansluiting met een speciale kabelmodem nodig. Een extra
netwerkverdeler zorgt er voor dat er zowel naar uw televisie als naar uw
kabelmodem een aparte kabel loopt.
Het voordeel is dat u tegen een vast tarief per maand kunt Internetten en
bovendien is deze verbinding erg snel.
• Een abonnement bij een Internetaanbieder (ISP - Internet Access
Provider).
Zodra u een abonnement neemt bij een Internetaanbieder verzorgen zij uw
verbinding tot het Internet. Zelf zijn zij ook tussenpersonen, zoals u inmiddels
al begrepen hebt. De Internetaanbieders leggen alleen de verbinding met het
Internet. Zij hebben extra sterke computers, de toegangscomputers, die met het
Internet verbonden zijn.
• Internet software
Om te Internetten hebt u ook een browser of een bladerprogramma nodig. De meeste
software, die nodig is om het Internet te gebruiken, is gratis. De bekendste
browsers (bladerprogramma's voor het WWW) zijn Microsoft Internet Explorer en
Mozilla Firefox. Ze staan gratis ter beschikking op het Internet en worden
regelmatig bijgewerkt omdat het web en zijn ontelbare toepassingen voortdurend
evolueren. Om volop te kunnen genieten van de meest recente functionaliteiten
van het Internet, raden we u aan om uw browser-versie regelmatig te vernieuwen.
Aangezien uit onderzoek blijkt dat steeds meer mensen kiezen voor een snelle breedband verbinding via Kabel of ADSL en deze groep dus duidelijk een meerderheid wordt, gaan we hierna wat verder in op deze techniek.

Kies de optimale Internetverbinding
Als snelheid belangrijk is (en dat wordt het steeds meer!), kiest u
uiteraard voor BREEDBAND.
Dan blijft natuurlijk de vraag welke technologie u het beste in huis haalt: ADSL
of KABEL?
Beschikbaarheid
Het antwoord hangt in eerste instantie af van de beschikbaarheid van beide
systemen. Wilt u weten of de breedbandtechnologie vandaag al beschikbaar is voor
uw woning dan kunt u dat navragen bij de breedbandaanbieders.
Voor de kabel (in Vlaanderen) is dit TELENET
Om onaangename verrassingen te vermijden, is het bovendien een goed idee om zelf
even bij de plaatselijke teleboetiek (of rechtstreeks bij Belgacom) na te gaan
of ADSL voor u beschikbaar is. Niet alleen moet de telefooncentrale voorzien
zijn van een ADSL - verbinding, maar uw woning mag ook niet verder dan zo'n 4 à
5 km van die centrale verwijderd zijn.
De installatie
In geval van de kabel:

1. Een netwerkverdeler (NIU) op de plaats waar de tv-kabel uw huis
binnenkomt. (1)
2. Een kabelmodem (2) naast de netwerkverdeler (dus weer op de plaats waar uw
tv-kabel uw huis binnenkomt.
3. De kabelmodem wordt verbonden met de netwerkverdeler (3)
U ontvangt verder één netwerkkabel (UTP-kabel, max. 25 meter) met connectoren
(4) waarmee u de verbinding maakt van de kabelmodem naar de netwerkkaart van uw
computer.
In geval van ADSL:

En het prijskaartje?
Ook de abonnementskosten zijn aan elkaar gewaagd. Hier een uitgebreide
vergelijking maken, heeft niet veel zin. De concurrentie is immers groot en de
verschillende aanbieders houden elkaars prijzen nauwlettend in het oog. Als
vandaag de ene aanbieder het met een neuslengte haalt op de andere aanbieder dan
kan men er zeker van zijn dat dit binnen de kortste tijd weer omgekeerd ligt.
Oren en ogen open houden is hier dus de boodschap!
BRON: Internet 2000 in je vingers (SMASH - Multimedia. Auteurs Bernard Donnay en Koen Tilley)

Surfen op het Web.
Met behulp van toetsenbord en muis kan je zo van de ene
informatiebron naar de andere "surfen".
Dat gebeurt vooral op drie manieren: je klikt op een hyperlink , een
knop of een afbeelding.
Een hyperlink herken je meestal aan de kleur. Vaak is hij ook onderlijnd.
Wanneer je de muiscursor boven een hyperlink houdt, verandert de cursor in een
handje: 
Klik eens op de hyperlink hiernaast. Dit is een hyperlink
Zoals je al weet heeft iedere webpagina op het Internet een uniek adres (URL). Door te klikken op een hyperlink wordt je doorgeschakeld naar het adres dat verbonden is met deze hyperlink. Wanneer je naar een hyperlink wijst, kan je meestal in de statusbalk het adres van de webpagina lezen.
Surfen op het wereldwijde web betekent van de ene hyperlink naar de andere klikken en zo over de websites doorheen de hele wereld navigeren. De gelijkenis met surfen op een golfplank van de ene golf op zee naar de andere is treffend.Zo rondreizen op het WWW heeft iets van zappen doorheen alle beschikbare televisiekanalen. Je ziet van alles maar uiteindelijk hou je geen zinnige indruk over; je dreigt door het bos de bomen niet meer te zien.
Aangezien er miljoenen websites zijn, kan je lang bezig zijn. Het beste is daarom met een vooraf afgebakende zoekvraag het WWW te raadplegen. Hiervoor kan je gebruik maken van zoekrobots.
www.google.be is een van de meest gebruikte zoekmachines.
Elektronische post of E-mail
Bij een Internetabonnement hoort meestal een e-mailadres voor de geabonneerde. Een e-mailadres is meestal samengesteld met woorden, punten en middenin het apenstaartje@. Bijvoorbeeld: info@i-leren.be
Op de computers ("servers") bij je Internet Service Provider heb je een elektronische postbus die dag en nacht actief is. Je eigen computer hoeft dus niet steeds aan te staan. Wanneer het je past, kan je je e-mail ophalen, lezen en beantwoorden. Het gaat hierbij niet enkel om tekstberichtjes maar je kan ook figuren of geluiden meesturen.
Bestandsoverdracht of FTP
FTP staat voor "File Transfer Protocol" en is een manier om computerbestanden uit te wisselen via het Internet. Die bestanden kunnen van alles zijn: tekst, beeld, geluid, video, software enzovoort.
Bestanden van het internet op je computer plaatsen noemt men downloaden.
Bestanden van je computer naar een locatie op het internet versturen noemt men uploaden.
Nieuwsgroepen
Een nieuwsgroep kan gezien worden als de lezersrubriek in een krant of tijdschrift maar dan elektronisch. Wat heel belangrijk is: de brieven zijn gesorteerd op onderwerp.
Het aantal onderwerpen waarover geschreven wordt, is duizelingwekkend: sport, tv, film, cultuur, politiek, computers, opvoeding, dieren enz. Om daarin wat orde te krijgen, zijn de nieuwsgroepen ingedeeld in hoofdgroepen, subgroepen, subsubgroepen,...
Babbelen of chatten, IRC
Er zijn internetgebruikers die verslaafd zijn aan "Internet Relay Chat" of IRC.
IRC is een populaire maar ook omstreden toepassing op het Internet. Het gaat om "babbelboxen" zoals we die kennen via de telefoon maar dan met computer, Internet en toetsenbord .
Telebankieren, Teleshopping
Sinds enkele jaren kan je bankieren via een bankwebsite en de belangrijkste
verrichtingen doen tot en met rekeninguittreksels opvragen en beheren.
De beveiliging bestaat uit een gebruikersnummer, paswoord en een rechtstreekse
lijn naar de bank. De gegevens die je doorstuurt, worden extra beveiligd.
Wie al eens op het web rondsurfte, weet dat er van alles te koop is: computers, films, (nep)medicijnen, muziek, voeding, enz. De websites die dit doen, zijn eigenlijk virtuele rekken of etalages. Je bestelt en je betaalt met het nummer van je VISA-kaart. Alles wordt nadien naar je toe gezonden via de gewone post, via een pakjesdienst of via e-mail (als het om software gaat)
Publiceren: je eigen website maken
Op het World Wide Web kan iedereen zonder hoge kosten duizenden mensen bereiken.
Hiervoor moet je wel:
a) je eigen webpagina's kunnen maken
b) webruimte aanschaffen waar je deze pagina's kunt plaatsen
c) zorgen dat je website bezocht wordt.